Logopediepraktijk Lage Zwaluwe
Logopediepraktijk Lage Zwaluwe
info@logopediepraktijklagezwaluwe.nl

Taalproblemen

"Nee, ik heb niet televisie gekijkt", Annabel 7 jaar

Kinderen leren de moedertaal allemaal in hun eigen tempo. Toch zijn er kinderen die een achterstand in hun taalontwikkeling hebben, bijvoorbeeld als een twee-jarige nog maar een paar woordjes zegt , spreken we van een achterstand. Als u twijfelt over de taalontwikkeling van uw kind, is het verstandig een afspraak te maken.

Problemen met de taal kunnen zijn:

  • Te korte zinnen maken
  • Te weinig woorden kennen
  • Woordvormen niet goed gebruiken
  • Taal niet goed begrijpen

Wanneer u het bovenstaande herkent in uw kind, heeft uw kind mogelijk taalproblemen.
Ik onderzoek kinderen vanaf twee jaar en geef taaltherapie om het taalbegrip en de taalproductie te stimuleren. Het doel is om de communicatie van uw kind zo goed mogelijk te laten verlopen. Hierdoor zal uw kind zich beter begrepen voelen. 

Wat is een vertraagde spraak- en taalontwikkeling?

Men spreekt van een vertraagde spraak- en taalontwikkeling wanneer een jong kind in zijn spraak en taal duidelijk achterblijft bij leeftijdgenootjes. Het kind spreekt (nog) niet of opvallend minder; het spreekt in onvolledige, kromme zinnen; het spreken is minder goed verstaanbaar en soms begrijpt het kind niet goed wat er gezegd wordt. Een vertraagde spraak- en taalontwikkeling kan samenhangen met andere stoornissen zoals slechthorendheid of een algehele achterstand. Maar het komt ook voor dat het kind slecht spreekt zonder dat er een duidelijke oorzaak voor gevonden wordt. Een vertraging in de spraak- en taalontwikkeling geeft problemen: het kind wordt door de omgeving niet begrepen en het kan zich niet goed uiten. Dit kan tot gedragsproblemen leiden: het kind wordt opstandig en driftig als het niet begrepen wordt of het gaat zich juist steeds meer terugtrekken. Ook het leren op school kan moeizamer verlopen.

Wat doet de logopedist?

De logopedist onderzoekt uitgebreid de taal en de spraak van het kind. Daarbij wordt ondermeer gebruik gemaakt van gestandaardiseerde testen. Verder onderzoek en eventueel behandeling door een kinderarts of kno-arts kan nodig zijn.

De logopedische behandeling is indirect en/of direct. Bij een indirecte therapie instrueert en begeleidt de logopedist de ouders of verzorgers in de manier waarop ze het kind tot spreken kunnen stimuleren. Bij de directe logopedische behandeling staat de wisselwerking tussen kind en logopedist centraal. De logopedist traint het taalbegrip en verbetert het luistergedrag; er wordt gewerkt aan de woordenschat, de zinsbouw en de uitspraak. Bij kinderen die nog niet of nauwelijks spreken krijgen de voorwaarden om tot spreken te komen aandacht: het gebruiken van taal voor een bepaald doel, het imiteren van een ander, het oogcontact , het nemen van beurten. De ouders of verzorgers worden zoveel mogelijk bij de behandeling betrokken. In de therapie wordt rekening gehouden met de totale ontwikkeling van het kind, de eventuele bijkomende problemen en de mogelijkheden in de omgeving van het kind.

Het resultaat van de behandeling hangt onder andere af van de oorzaak van de vertraagde ontwikkeling. In het algemeen geldt dat een vertraagde spraak- en taalontwikkeling goed te behandelen is, zeker als de problemen al op jonge leeftijd onderkend worden. Al voor hun tweede jaar kunnen kinderen bij de logopedist terecht. Het onderzoek en de behandeling van een vertraagde spraak- en taalontwikkeling worden als regel vergoed door de ziektekostenverzekeraars, na verwijzing door huisarts of medisch specialist.

 

Bron: NVLF

 

Voor meer informatie over de taalontwikkeling van het kind:

 

 

Ook kunt u hier een folder downloaden met meer informatie over de taalontwikkeling.

 

Taalproblemen bij volwassenen kunnen optreden na bijvoorbeeld een hersenbloeding. Zij kunnen dan soms de taal niet meer goed begrijpen, spreken in telegramstijl of zeggen de verkeerde woorden in de verkeerde situatie. We spreken dan van afasie. 

Wat is afasie?

Afasie is een taalstoornis die ontstaat door een hersenletsel in de linker hersenhelft. Dit hersenletsel wordt meestal veroorzaakt door een beroerte (CVA), maar kan ook ontstaan door een hersentumor, een ongeval of een andere aandoening in de hersenen. Afasie komt hierdoor meestal voor bij oudere mensen, maar ook bij jongeren kan hersenletsel ontstaan met afasie als gevolg. Verbetering van de taalproblemen treedt op in de eerste drie tot zes maanden van het herstel.

Mensen met een afasie hebben problemen met het begrijpen van gesproken taal en of/het spreken, het lezen en het schrijven. Er zijn verschillende soorten afasie, afhankelijk van de ernst en combinatie van verschijnselen. Iemand met afasie begrijpt niet altijd precies wat er tegen hem gezegd wordt, hij vangt bijvoorbeeld alleen trefwoorden op tijdens een gesprek en bedenkt zelf het verband hiertussen. Vooral bij ingewikkelde zinnen levert dit misverstanden op.

Tevens is het spreken gestoord. Patiënten hebben vaak woordvindingsproblemen, en regelmatig komt het voor dat een afasiepatiënt een ander woord zegt dan hij bedoelt. Ook kan hij moeite hebben met het maken van zinnen. Door deze stoornissen kan het voor de omgeving moeilijk zijn hem te begrijpen. Zowel problemen met het begrijpen als het uiten van taal geven stoornissen in de communicatie.

Naast het spreken en begrijpen kunnen er problemen zijn met het lezen en schrijven. Het lezen van een boek of het volgen van een ondertiteling op de televisie is vaak moeilijk en soms onmogelijk. Problemen met schrijven maken het bijvoorbeeld moeilijk om boodschappen te noteren bij het telefoneren. Voor meer informatie over afasie, zie www.afasie.nl

Wat doet de logopedist?

De logopedist neemt eerst een onderzoek betreffende de taal en/of de communicatie af. De resultaten worden zowel met de patiënt als de directe omgeving van de patiënt besproken. De logopedist geeft voorlichting en adviezen aan familie en omgeving.

De behandeling is gericht op de individuele problematiek. Vaak worden er oefeningen gedaan om het begrijpen, spreken, lezen en schrijven te verbeteren. Ook wordt de patiënt en de directe omgeving geleerd hoe zij op een andere manier dan vroeger met elkaar kunnen communiceren. Wanneer blijkt dat een communicatiehulpmiddel zinvol is zal de logopedist hierover adviseren en begeleiding bieden. Het resultaat van de behandeling is afhankelijk van vele factoren en is daarom moeilijk voorspelbaar.

 

Bron: NVLF